Directeur eist €69.213 voor 1.369,66 verlofuren, maar krijgt €10.917
In dit artikel:
Een voormalig directeur claimde na het einde van zijn dienstverband €69.213 bruto voor 1.369,66 niet-opgenomen verlofuren. De werkgever vond dat een groot deel van die uren juridisch was vervallen of verjaard.
De directeur stelde dat hij tijdens zijn dienstverband nauwelijks vakantie kon opnemen, soms slechts ongeveer één week per jaar. Hij verwees naar Europese rechtspraak: vakantiedagen mogen niet vervallen als een werkgever een werknemer niet daadwerkelijk in staat stelt vakantie op te nemen of niet tijdig waarschuwt voor het vervallen van uren.
De kantonrechter in de zaak met uitspraaknummer ECLI:NL:RBZWB:2026:4135 maakte echter onderscheid vanwege zijn bijzondere positie. De werknemer was directeur van een accountantskantoor en had zelf de verantwoordelijkheid voor het verwerken en bewaken van de verlofadministratie. Daarom kon hij volgens de rechter niet volledig verwachten dat de werkgever hem over het verval en de verjaring van zijn eigen verlofrechten informeerde.
Wel erkende de werkgever dat 253,33 uren nog moesten worden uitbetaald. Dat kwam neer op €10.917,51 bruto. Omdat dit bedrag niet bij de eindafrekening was betaald, kende de rechter daarnaast wettelijke verhoging en rente toe. De verhoging werd gematigd tot maximaal 20 procent, mogelijk ruim €2.183.
Wettelijke vakantiedagen vervallen normaal gesproken zes maanden na het opbouwjaar; bovenwettelijke dagen verjaren meestal na vijf jaar. Uitzonderingen blijven mogelijk wanneer een werknemer vakantie niet kon opnemen of de werkgever zijn informatieplicht verwaarloosde. De uitspraak laat zien dat de positie en eigen verantwoordelijkheid van een werknemer daarbij zwaar kunnen meewegen. Bij een gewone werknemer kan de uitkomst daarom anders zijn.
Vandaag Inside: Johan Derksen: 'Die man kan bij mij nooit meer wat goed doen!'