Lagere pensioenen, meer ongelijkheid, meer risico op armoede: Planbureau becijfert impact pensioenhervorming
In dit artikel:
De federale pensioenhervorming levert inderdaad enige verlichting van de vergrijzingskosten, maar gaat gepaard met duidelijke sociale nadelen. Het Federaal Planbureau berekende dat de kosten van pensioenen zouden dalen met ongeveer 1 procentpunt tegen 2050 en 1,4 procentpunt tegen 2070 — vooral dankzij maatregelen voor ambtenaren en werknemers; bij zelfstandigen is het begrotingseffect verwaarloosbaar. Zelfs een lichte stijging van andere sociale uitgaven (zoals zorg of werkloosheid) verandert die besparing nauwelijks.
Tegelijkertijd krimpen de gemiddelde bruto-uitkeringen voor nieuw gepensioneerden: aan het einde van de huidige regeerperiode gemiddeld met ongeveer 2,4%, en wanneer alle maatregelen volledig doorgevoerd zijn zelfs rond 5,6% lager. Belangrijke oorzaken zijn de tijdelijke opschorting van welvaartsaanpassingen (indexering), het beperken van gelijkgestelde periodes — periodes die je niet werkt maar wel meetellen voor pensioenopbouw — en de invoering van een pensioenmalus.
De pijn is ongelijk verdeeld. De vervangingsratio (pensioen ten opzichte van laatste loon) daalt het sterkst bij ambtenaren (-15,2% tegen 2070), gevolgd door werknemers (-7,2%) en zelfstandigen (-3,2%). De kloof tussen lage en hoge pensioenen groeit: aan het einde van de regeerperiode dalen de laagste bruto-pensioenen met circa 7,4% terwijl de hoogste licht stijgen (+1,1%); bij volledige doorvoering wordt het verschil nog groter (laagste -12,1%, hoogste -5,7%).
Het armoederisico neemt toe: het aandeel nieuwgepensioneerden onder de armoedegrens stijgt van 5,9% naar 6,3% (+0,4 procentpunt) en groeit verder wanneer alle maatregelen op kruissnelheid zijn. Alleenstaande vrouwen onder nieuwgepensioneerden merken een vergelijkbare stijging; bij alleenstaande mannen blijft het risico grotendeels stabiel. Ook de pensioenkloof tussen mannen en vrouwen vergroot: het gemiddelde pensioen daalt bij vrouwen met circa 2,6% en bij mannen met 2,3%, waarbij vrouwen disproportioneel getroffen worden door de opschorting van indexering, beperkingen van gelijkgestelde periodes en de malus.
Politiek: de Kamercommissie Sociale Zaken keurde de hervorming in eerste lezing goed. De stemming had eerder moeten plaatsvinden, maar werd uitgesteld totdat het Planbureau zijn impactstudie kon presenteren. Er volgt nog een tweede lezing in de commissie en daarna een plenaire stemming, gepland vóór de zomer.