Vertrokken met een vaststellingsovereenkomst, toch moet de werkgever nog ruim €4.400 aan verlof betalen

zaterdag, 26 september 2026 (08:37) - Dagelijkse Standaard

In dit artikel:

Een werknemer die na een langdurige ziekteperiode met een vaststellingsovereenkomst (VSO) vertrok, krijgt van zijn voormalige werkgever alsnog openstaande verlofdagen uitbetaald. De kantonrechter in Rotterdam oordeelde dat de VSO geen finale kwijting bevatte en dat de werknemer nergens duidelijk afstand had gedaan van zijn verlofrechten.

De werknemer was sinds 1989 in dienst en was tot 10 december 2024 twee jaar ziek. Daarna bleef hij enkele maanden zonder werk en loon in een zogenoemd slapend dienstverband. Op 1 mei 2025 eindigde zijn dienstverband met een VSO. De werkgever weigerde vervolgens de resterende vakantie- en atv-dagen te betalen, omdat volgens hem alles met de overeenkomst was afgewikkeld en de werknemer meer verlof had opgenomen.

De rechter stelde het saldo vast op 14 vakantiedagen en 10 atv-dagen uit 2022. Op basis van een werkdag van 7,5 uur, een uurloon van €22,72 en 8 procent vakantiegeld moet de werkgever €2.576,45 bruto aan vakantiedagen en €1.840,32 bruto aan atv-dagen betalen. Daarbovenop komen 10 procent wettelijke verhoging, rente en €1.629,04 aan proceskosten. Een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten werd afgewezen.

De werkgever kreeg wel gelijk dat de werknemer na 10 december 2024 geen nieuwe vakantiedagen opbouwde, omdat hij toen geen loon meer ontving. Tijdens ziekte wordt wel vakantie opgebouwd zolang het loon wordt doorbetaald. Niet-opgenomen vakantiedagen moeten bij het einde van het dienstverband worden uitbetaald, tenzij de VSO duidelijk bepaalt dat de werknemer daarvan afstand doet of dat alle aanspraken finaal zijn geregeld. Werknemers doen er daarom goed aan het verlofsaldo en de uitbetaling expliciet in de overeenkomst vast te leggen.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Johan Derksen mist oud-Vandaag Inside-gast: ‘Ik vind het héél erg jammer dat hij hier niet meer zit’