Wordt je tijdelijke contract niet verlengd? Dan heb je vaak recht op een transitievergoeding, ook al ben je niet ontslagen
In dit artikel:
Wanneer een werkgever een tijdelijk contract niet verlengt, heeft de werknemer sinds 1 juli 2015 in de meeste gevallen recht op een transitievergoeding. Dat geldt ook na een dienstverband van slechts enkele maanden, omdat het initiatief voor het einde van het contract bij de werkgever ligt. Veel werknemers, vooral mensen met hun eerste baan, weten dit niet en lopen daardoor geld mis.
De vergoeding bedraagt een derde van het bruto maandsalaris per volledig dienstjaar. Voor een deel van een jaar wordt het bedrag naar verhouding berekend. Opvolgende tijdelijke contracten bij dezelfde werkgever worden bij elkaar opgeteld als er maximaal zes maanden tussen zat; ook vergelijkbare contracten bij een opvolgend werkgever kunnen meetellen. De vergoeding is bruto en wordt belast. In 2026 bedraagt het maximum €102.000 bruto, tenzij één jaarsalaris hoger is. Bij parttimewerk geldt het eigen parttime salaris als uitgangspunt.
Bij drie jaar dienstverband en een bruto maandsalaris van €3.000 komt de vergoeding bijvoorbeeld uit op €3.000 bruto. Na anderhalf jaar zou dat €1.500 zijn. Werknemers kunnen hun bedrag berekenen met de officiële rekentool van de overheid.
Er bestaat geen recht op de vergoeding wanneer de werknemer zelf ontslag neemt of een aangeboden verlenging weigert. Ook hoeft de werkgever niet te betalen als hij garandeert dat de werknemer binnen zes maanden opnieuw in dienst kan komen. Wie geen betaling ontvangt, moet snel hulp zoeken bij het Juridisch Loket of een vakbond, omdat de termijn om de vergoeding via de rechter op te eisen kort is.
Vandaag Inside: Vandaag Inside-tafel reageert uitgebreid op monsterzege van de Democraten bij midterms